Filosofie Centraal is het podium voor iedereen die zich verwondert, en daarover schrijft of wil lezen.
Redactie Hoofdredactie
Gigi Schuiten
E-mail

Redactie
vacature

Webdesign
CultuurStudio

Kopij aanleveren
Auteurs die eenmalig of op onregelmatige basis een artikel willen aanleveren, kunnen dat doen per e-mail. Stuur het artikel als bijlage en uitsluitend in het formaat MS Word mee, voorzien van je volledige naam en contactgegevens. Het schrijven onder een pseudoniem is toegestaan mits de redactie op de hoogte is van je werkelijke naam en contactgegevens.

Eindredactie
Artikelen die voor publicatie in aanmerking komen, worden door de redactie geredigeerd. Ingrijpende correcties worden voor publicatie teruggekoppeld naar de auteur.

Vergoeding
Filosofie Centraal is een ideële organisatie en werkt vooralsnog zonder budget. Derhalve staat er geen vergoeding tegenover de publicatie van een artikel.

Auteursrecht
Het auteursrecht blijft berusten bij de auteur. Het staat de auteur dan ook vrij om zijn artikelen na publicatie op Filosofie Centraal elders door te publiceren. Filosofie Centraal publiceert in beginsel geen artikelen die al eerder verschenen zijn. Uitzonderingen zijn echter in overleg met de hoofdredactie wel mogelijk.

Bezoekersaantallen
Filosofie Centraal is gestart op 8 november 2008. De bezoekerscijfers volgen op een later tijdstip.

Een herkansing voor de journalistiek


Essay door Gigi Schuiten

Vaak vrees ik over te komen als een opdringerige Jehovagetuige, die met haar voet tussen de deur maar van geen wijken weet. Ik vind het steeds vervelender, steeds moeilijker ook, het onderwerp aan te snijden omdat het zo lastig is de gesprekspartner of lezer er werkelijk voor te interesseren. Zelfs mijn meest betrokken en geëngageerde vrienden halen na de conclusie dat het inderdaad verschrikkelijk is gesteld met de staat en de toekomst van de journalistiek, hun schouders op, trekken het bijpassende begrafenisgezicht en gaan dan weer over tot de orde van een veel vrolijkere dag. Maar hoe ongemakkelijk ik me ook op mijn eigenhandig getimmerde zeepkist voel; ik dwing mezelf alsmaar weer erop te klauteren.

Op de lagere school al droomde ik ervan journalist te worden. Geen onlogisch of verrassende wens gezien mijn enorme dorst naar kennis. Zoals het een twaalfjarige betaamt, had ik een erg rooskleurig plaatje van het vak. Natuurlijk zou ik moeiteloos toegang krijgen tot de groten der aarde, scherpe maar eerlijke portretten schetsen, en keer op keer opzienbarende onthullingen op mijn naam schrijven. Ik zou de getuige worden.
Een kwart eeuw later is mijn beeld van de journalistiek royaal ingehaald door de realiteit van de dagelijkse praktijk. Maar de gedachte dat iedere journalist in de kern van zijn wezen een getuige moet zijn, is gebleven. De journalistiek vormt de alziende ogen en alhorende oren voor het publiek. Zij moet zien, opmerken, verbanden leggen, interpreteren en betekenis geven aan informatie. Ik geloof nog steeds dat er in iedere journalist een heilig vuur moet branden dat hem er toe aanzet telkens op jacht te gaan naar een nieuw verhaal. Veel, zo niet de meeste verslaggevers zullen deze bezieling ongetwijfeld – hopelijk - in zich dragen. Het gros krijgt alleen niet meer de kans daar iets mee te doen; tegenwoordig moet alles snel, sneller, snelst, en is het veel minder de inhoud dan de ‘marktwaarde’ van het artikel dat telt.
Lees verder >>

Categorie: cultuurfilosofie
vorige in deze categorie |


Een tweede leven?


Essay door Gigi Schuiten

My second lifeHoe eigen is de eigen identiteit? Om een antwoord op die vraag te vinden, plaatste de New Yorkse schrijfster Nancy Weber in 1973 een contactadvertentie in The Village Voice waarin ze haar leven en identiteit te ruil aanbood. Het experiment liep al na een week stuk maar leverde evengoed genoeg materiaal voor haar boek The life swap op. Later was Webers advertentie de inspiratiebron voor zowel het essay Zielsverhuizing van Rudy Kousbroek als het toneelstuk en de film Een maand later. Het is één van de weinige films waarvan bepaalde fragmenten mijn gedachten nog steeds onverhoeds overvallen.

Ik kon niet kiezen. Ik wilde zowel het uitbundige en spannende leven van Monique van der Ven als het warme en huiselijke bestaan van Renée Soutendijk. Gespannen volgde ik de verwikkelingen van de journaliste en de huisvrouw in hun tweede leven, benieuwd naar het hoe en waarom van hun uiteindelijke keuze. Ik was razend teleurgesteld toen plotseling de aftiteling begon voordat ze een besluit hadden genomen. Toch is het precies dat akelige, open einde waardoor ik bewust na ging denken over mijn eigen identiteit, en voor het eerst antwoorden durfde te formuleren op de vragen wie ben ik en hoe wil ik mijn leven vormgeven.
Ook in de eerste virtuele documentaire My Second Life van filmmaker Douglas Gayeton, die op donderdag 6 november zijn Nederlandse tv-première bij de VPRO beleefde, staat het inwisselen van de ene identiteit voor een andere centraal. Alleen gaat het hier niet om het verruilen van het eigen leven voor dat van een ander, maar om het sublimeren van de persoonlijke identiteit. Ruim twintig jaar later intrigeert deze zoektocht van Molotov Alva me minstens zo sterk als indertijd die van Monika en Liesbeth. Maar waar ik toen aangespoord werd nog popelender en verwachtingsvoller in de startblokken te gaan staan om eindelijk, o eindelijk aan mijn echte leven te beginnen, bekruipt me tijdens deze documentaire eerder een wat lankmoedige Weltschmerz. Wat Gayeton in deze knap gemaakte film te vertellen heeft, is geen hoopvolle of bemoedigende boodschap. In deze beschouwing over het leven in de virtuele driedimensionale wereld Second Life verhaalt hij vooral van eenzaamheid, onvermogen en wanhoop.
Lees verder >>

Categorie: cultuurfilosofie
| volgende in deze categorie